Beschrijving

Deze activiteit is vanwege het Corona virus geannuleerd. 

Wil Borm. 

Naar een klimaatbestendig land door mee te liften met de natuur

Op  22 april  De Dag van de Aarde organiseren we een lezing over het samengaan van structurele landelijke maatregelen voor klimaatbestendigheid en natuurlijke wordingsprocessen. Hiervoor is het zaak om onze nostalgische drang tot behoud en herstel te laten varen, het heden te accepteren en samen met de evoluerende natuur in te spelen op de komende grote veranderingen op basis van een nationale  langetermijnvisie.

Wil Borm, van een adviesgroep integraal waterbeheer waarover u meer kunt lezen op www.adviesgroepbormenhuijgens.nl, verzorgt deze prikkelende lezing.

Een uitgelezen kans om een andere, goed onderbouwde kijk op de klimaatontwikkelingen te horen. Niet de klimaatontwikkelingen, maar de noodzakelijke reactie daarop vormt de kern van de lezing. Je bent getuige van een bevlogen verhaal, dat zeker zal prikkelen.

 

In de bijlage het artikel dat mogelijk in augustus verschijnt.

In januari 2020 ontvingen we een tweede artikel dat hier ook als bijlage is opgenomen.

Datum: 22 apr.

Tijd: 20.00-22.00 u.

Locatie:De Linde Lambertusstraat 7, Etten Leur

Aanmelden mag: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Toegang: 7 euro

 

Concept

Toekomst voor de natuur in een klimaatbestendig land

Voor al het landoppervlak beneden de zeespiegel, is blijvend een sterk kunstmatige waterhuishouding vereist. De menselijke invloed op onder meer de bodemdaling was zo ingrijpend, dat bouwkundig ingenieur Christiaan Brunings, de grondlegger van Rijkswaterstaat, Nederland al omschreef als ‘het telkenmale opnieuw overgeschilderde doek’.

Vervolgens veranderden het landschap en de infrastructuur in toenemende mate. met als grootste noodmaatregelen de Zuiderzeewerken en de Deltawerken.

Slogans als ‘Zeeland, Land-in-Zee’ en ‘Nederland Waterland’ doen ons verbleken bij het besef hoe zeer de zee het land is ingebroken. De meer dan extreem lage ligging, de beperkte houdbaarheid van onze waterkeringen, bodemdaling, verzilting en zoetwatertekorten maken dat we tot de landen behoren waar de bevolking bij zeespiegelstijging het meeste risico loopt. Nederland gaat als een lekke badkuip een onzekere toekomst tegemoet. We moeten ons terdege voorbereiden op mogelijk geachte klimaatscenario’s. Hiervoor zullen grootschalige systeemmaatregelen volgen en wordt de waterhuishouding verder gereguleerd.

Betekent dit een bedreiging voor de natuurwaarden of schept dit juist kansen?

 

Het jaar 2018

Het voorspelde ‘Zoetwater 2050 klimaatscenario warm & stoom’ werd al in 2018 werkelijkheid.

Het weer werkte in dit droge jaar dan wel niet mee, maar deels kregen we een koekje van eigen deeg. Ook al hebben we een zoetwateroverschot, verspilling door de huidige waterhuishouding zorgt soms voor nijpende tekorten. Voor de lange termijn worden de blijvende gevolgen van de grondwateronttrekkingen bij neerslagtekorten en de toegenomen verzilting een groot probleem.

Aan de nadelen van menselijk handelen is nog wat te doen, in hoeverre we invloed kunnen uitoefenen op het klimaat blijft de vraag.

In de stromende Maas manifesteerde zich blauwalg, het IJsselmeer dreigde te zout te worden, het grondwaterpeil daalde en het gelukkig nog zoete Volkerak bleek van groot belang voor de boeren.

Alle zeilen zijn bijgezet en ternauwernood hebben we het gered. Geen reden om achterover te leunen in de veronderstelling dat we het wel aan kunnen. Er volgt nog een evaluatie van de crisisbeheersing van het watertekort. Voor mens en natuur is blijvende zoetwatervoorziening levensvoorwaarde. Op is op! Voor Vlaanderen is het niet anders. Daar geeft men voor het derde jaar op rij wat betreft droogte code oranje. Nu is duurzame zoetwatervoorziening in het mondingsgebied van de grote rivieren geen onmogelijke opgave. Voor waterkwaliteit, kwantiteit en het tegengaan van verzilting is het zaak het zoete water langer vast te houden in de bodem en als oppervlaktewater. Momenteel verdwijnt nog het meeste zoete water ongebruikt in zee.

 

Naast de droogte vormden prognoses over klimaatverandering en zeespiegelstijging  voor ons in 2018 de aanleiding tot het schrijven van de nota ‘De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland’. Voor er zo’n plan ligt is zijn we minstens enkele jaren verder en zullen vele projecten uitbesteed worden, zonder zicht op het uiteindelijke einddoel. Enige terughoudendheid is dan ook wel gewenst.

Welk klimaatscenario er ook aan komt, het is duidelijk dat we duurzame waterveiligheid en zoetwatervoorziening alle prioriteit dienen te geven.

 

 

Een totaalvisie

Het Deltaprogramma begon met waterbeheer op basis van een evenwicht tussen sectorale belangen. Compromissen creëren aanvankelijk veel draagvlak, maar leiden zelden tot effectieve oplossingen. Planvorming verliest immers flexibiliteit en daadkracht doordat men klem komt te zitten tussen beloftes en bestemmingen

Inmiddels groeit het besef dat er vanuit een totaalvisie gewerkt dient te worden.

Deelplannen behoren, als een onlosmakelijk deel van een groter geheel, gebaseerd te zijn op een landelijke basisstructuur.

 

Voor zo’n landelijke visie is een voortvarende aanpak gewenst.

De vraag is niet wat er zal gebeuren, maar wat er kan gebeuren.

Onvermijdelijke keuzes kunnen niet veel langer vooruit geschoven worden, wil men tijdig voorbereid zijn op elk reëel geacht klimaatscenario. Mitigatie is beter dan adaptatie, ofwel voorkomen is beter dan genezen. ’Wie nu zijn kop in het zand steekt, haalt straks zijn hoofd uit het water.’

‘Si vis pacem, para bellum’ (Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog) geldt vergelijkbaar voor onze strijd tegen en met het water. Dit vraagt om een stapsgewijs plan om desinvestering te voorkomen, dat voorbereid is op het meest extreem geachte scenario en bij een milder verloop ook beperkt kan blijven tot samenhangende oplossingen voor rivierwaterberging, zoetwatervoorziening, tegengaan verzilting en een stevige aangroeiende kust.

 

Er wordt inmiddels in het kader van het Deltaprogramma onderzoek gedaan voor de samenstelling van een langetermijnvisie. Dit jaar gaat het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van start.

De mate van zeespiegelstijging is nog met grote onzekerheid omgeven en mogelijk blijft dat ook zo.

Een duurzaam Deltaprogramma en een Nationale Omgevingsvisie zouden het beste gezamenlijk nader worden uitgewerkt en juridisch vastgelegd. Beide streven immers naar duurzaamheid en leefkwaliteit en dat biedt perspectief voor een concreet beleid.

 

Samenwerken met water

Het verplaatsen van sediment is per definitie een tijdelijke maatregel en start vrijwel altijd met landschapsvernietiging. Als reactie op de ingreep gaat de natuur het oude evenwicht weer herstellen. Dit geldt onder meer voor afvlakken, suppleren, verdiepen, baggeren, afgraven, ophogen en ontpolderen. Zandige klimaatadaptatie door natuurlijke stroming, erosie en sedimentatie verloopt geleidelijk en is wel duurzaam. De voorwaarden hiervoor kunnen in zekere mate door de mens gestuurd worden met maatregelen als keringen, regelkranen, golfdempers, strekdammen en lagunekades, zodat de natuur vervolgens zelf klimaatbuffers kan opbouwen: Building with Nature.

Zo zal afsluiting van de Nieuwe Waterweg niet alleen zorgen voor een verplaatsing van het kantelpunt zee en rivieren, maar ook voor een verbeterde sedimenthuishouding en doorstroming van nu nog geïsoleerde wateren, het terugdringen van verzilting en een toename van de algehele zoetwaterbuffer. Daar hoeft geen zandzuiger of baggeraar aan te pas te komen.

 

Dreiging vanuit de rivieren

Een te vlotte grote waterafvoer van de rivieren vereist extra bergingscapaciteit in het westen. Die bergingscapaciteit is nu alleen te vinden in de voormalige zeegaten. Hoe meer die ingezet worden, hoe meer spreiding, hoe minder het water opgezet wordt. Dat zoete water willen we ook niet meteen kwijt op zee vanwege de toenemende verziltingsdruk.

De capaciteit is mogelijk uit te breiden met een bekkenberging op zee. Een punt van aandacht voor het Programma Noordzee en voor een vervolg of aanpassing van het OFL adviesrapport Noordzeestrategie 2030 om bij de ruimtelijke ordening op zee opties voor strategische oplossingsrichtingen open te houden.

 

Milieurampen voorkomen

Een vrijwel volledige vernietiging van een waterrijk ecosysteem zagen we bij het wegvallen van het getij in de Biesbosch en na de omslag van een brak estuarien naar een stilstaand eutroof milieu in het Volkerak. Na massale sterfte, uitbraken van botulisme en blauwalg volgden decennia van aanpassing door de natuur aan deze grote veranderingen. Dergelijke milieuwisselingen vormen een extra reden, naast de slecht functionerende vismigratie, om niet met de Kier te werken.

Om dood en verderf bij berging van zoet rivierwater te voorkomen is een groot oppervlak aan zoet of brak water als opvangcapaciteit nodig. Dit luidt het einde in van de verziltinghype die sinds de negentiger jaren in de Zuidwestelijke Delta woedt. Nog nooit was Zeeland zo zout als nu!

De achterhaalde plannen van het Uitvoeringsprogramma ZWD kunnen wat ons betreft van tafel. Waar mogelijk mag de kustlijn verkort worden en het water verzoet ten gunste van natuur, milieu, waterveiligheid en leefbaarheid.

 

De natuur past zich aan, nu wij nog!

Zowel het streven naar oorspronkelijke natuur als het fixeren van een tijdelijke situatie blijken doorgaans utopieën.

Onze meest natuurlijk ogende waterrijke gebieden, zoals Biesbosch, zeegaten, IJsselmeer en Waddenzee zijn cultuurlandschappen en hebben in extreem hoge mate de invloed van menselijk handelen ondergaan. De natuur heeft zich steeds aangepast.

Dat na de Deltawerken diverse wateren niet voldeden aan verwachtingspatronen, is vooral het gevolg van de compartimentering en de blokkade van alle natuurlijke doorvoer van zoet rivierwater.

Wanneer we dit wijzigen en tevens aansluiten bij komende veranderingen, is de weg vrij voor samenwerking met de natuur, voor stroming (waterverdeling en sedimenthuishouding) als abiotische basis voor aquatische ecosystemen. Langzaam dringt het besef door dat we het nooit beter weten dan de natuur. Invulling van biotopen met organismen is niet aan ons.

 

Instandhoudingsdoelen passen niet bij een evoluerende natuur. Met goed bedoelde regelgeving schiet de natuurbescherming zich dan ook in eigen voet. Openbreken van de compleet dichtgetimmerde natuurwetgeving en de ‘bescherming’ van Nationale Parken, Natura 2000, Vogel- en Habitatrichtlijnen en soortbescherming is vereist voor een nieuw en gezond natuurbeleid. Niet alleen natuurregelgeving, maar ook bestemmingsplannen, statussen, visies en wetgeving behoren aangepast te worden of te wijken in het algemeen belang van het behoud van Nederland. Dit aan de hand van een nog samen te stellen toekomstvisie met een sterke centrale sturing door de overheid. Waterveiligheid en leefbaarheid zullen nu eenmaal het toekomstige waterbeheer bepalen. Water is het verbindende element in het landschap en herijking van de landelijke zoetwaterverdeling zal dan ook een bepalende factor vormen. Wat het toekomstbeeld voor Nederland ook gaat worden, voor de natuur is het van groot belang dat veranderingen geleidelijk gaan en  vormingsprocessen continuïteit krijgen. Grijp kansen die zich aandienen. Op naar een progressief natuurbeleid!

 

 

Wil Borm

Adviesgroep Borm & Huijgens                                                  augustus 2019

 

Het tweede artikel ontvangen januari 2020

Forse maatregelen nodig in Zuidwestelijke Delta 

De gevolgen van ingrepen in het Nederlandse landschap zijn vaak niet of niet goed ingeschat. Ongewild brachten we de helft van ons land beneden zeeniveau, waardoor zeegaten ontstonden en verzilting aanving.  Doordat de Deltawerken afweken van het Deltaplan, bleven geplande zoetwatervoorraden achterwege en liggen de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden sterker in het zout dan ooit. Als we hier bij zeespiegelstijging nog willen blijven wonen, moeten we forse maatregelen gaan nemen.

Volgens de Adviesgroep Borm & Huijgens kunnen daarbij in de Zuidwestelijke Delta waterveiligheid, noodberging, zoetwatervoorziening, natuur en overige belangen op een uitstekende wijze samengaan. 

 

Omdat het Deltaplan niet volledig is uitgevoerd, bleef de kustlijn sterk doorbroken en trekken zout en getij steeds verder landinwaarts.  Daarnaast worden oude zeegaten zonder verbinding met de rivieren, als extreem zoute milieus geconserveerd. 
De open gebleven en inmiddels verdiepte Nieuwe Waterweg verliest gigantisch veel zoet water en houdt de landelijke waterhuishouding in een wurggreep. 
Vervolgens gaat de Kier bij het Haringvliet niet werken, wordt het zoute Grevelingenmeer zuurstoflozer, hollen de natuurwaarden van de Oosterschelde achteruit en blijft de Westerschelde een hoofdpijndossier.  Het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta, dat de problemen zou moeten oplossen, maakt de zoetwatertekorten en verzilting alleen maar erger.  

Overheidsinstanties en natuurorganisaties spannen zich in om bepaalde milieus te herstellen, ook al zijn vaak de omstandigheden gewijzigd, of om met zelf bedachte ingrepen natuur te realiseren. Ze willen zo graag dat hun plannen succesvol verlopen, dat ze soms voorbijgaan aan kritiek en bedenkingen.  Na jaren voorbereiding willen managers gaan realiseren, maar dit mag nooit bij plannen die tegen grenzen aanlopen of op basis van onjuiste argumenten. 

Zoetwatervoorziening in de knel 

Nog geen tienduizendste van al het water op aarde is zoet oppervlaktewater.  Van dit water is veel leven en welvaart afhankelijk. In droge periodes neemt het zoetwaterverbruik aanzienlijk toe. Deze situatie vraagt nu al om ingrijpende maatregelen.

Om Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte zullen we een omslag moeten maken naar een watersysteem dat op alle niveaus veel beter in staat zal zijn om water vast te houden.”, aldus minister van Nieuwenhuizen.

 

Extra zoetwatervoorraden

Dr. ir. Johan van Veen voorzag indertijd met zijn Deltaplan al in de behoefte aan nieuwe zoetwatervoorraden. Het zou echter anders lopen.

De verzoeting van de Grevelingen werd gestaakt vanwege de toenmalige slechte kwaliteit van het Rijnwater. Met het ontzilten van de Grevelingen kan intussen weer aangevangen worden. Geheel tegengesteld hieraan, kreeg een project dat met beperkt getij poogt de zuurstofloosheid aan te pakken in het afgelopen jaar een extra bijdrage van 75 miljoen. 
De oplossing ligt eerder bij effectieve maatregelen, zoals uitwatering van de zuurstofloze onderlaag tijdens eb via de aanwezige kokers in de Brouwersdam, mechanische beluchting en circulatie met drijvende windwatermolens.  Zout getij in het bekken is voor verzoeting een belemmering. Niet doen dus! 

Het ontzilten en/of verwijderen van de zuurstofloze onderlaag van een bekken in schema, ir. W. Lases

De geplande verzoeting van de Oosterschelde strandde in 1978 in de Tweede Kamer door grove overschatting van de kraamkamerfunctie voor zeevissen en door de onterecht vermeende noodzaak om op deze locatie mosselen te moeten verwateren. De maatschappelijke druk voor een zout milieu neemt inmiddels sterk af in het algemeen belang. 

Tot slot heeft Siebe Kramer, scheidend voorzitter Nationaal Park de Oosterschelde, een steen in de vijver gegooid met het voorstel om van het grootste deel van de Oosterschelde een zoetwaterbekken te maken. 
 

Zoektocht naar duurzaamheid

Het jaar 2019 was een jaar van bewustwording en erkenning van de klimaatproblematiek. Een brede bezinning leidde tot een zoektocht naar een duurzame toekomst. Dit maakt dat het loslaten of wijzigen van lopende projecten en plannen maatschappelijk aanvaardbaar wordt. 
Het bruist intussen van nieuwe ideeën, maar zijn ze haalbaar en duurzaam?  De samenstellers van het Deltaprogramma en de Nationale Omgevingsvisie zullen dit met wetenschappers en deskundigen beoordelen en samenhangende keuzes maken, gericht op klimaatbestendigheid. Daarbij komt de prioriteit te liggen bij waterveiligheid en zoetwatervoorziening, waarbij andere belangen zo goed als het kan mogen en kunnen meeliften. 
Go with the flow! 

Verbinding tussen rivieren en zee

De realisatie van een estuarium, een verbinding van de stroomgebieden van de rivieren met de zee, is de grootste bijdrage die we als land kunnen leveren aan de West-Europese natuur. Voorwaarden zijn verlenging van de stroomroute naar zee en verkleining van het oppervlak van de voormalige zeegaten. 

 Een impressie van de S-bocht, een samenhangende inrichting voor de Zuidwestelijke Delta met zoetwatervoorraden, migratierivieren, bergingscapaciteit en een estuarium, Adviesgroep Borm & Huijgens 

Routeverlenging voor een geleidelijke overgang van zoet naar zout is van levensbelang voor trekvissen. Deze kan gerealiseerd worden door de stroomroute van het Haringvliet buitengaats uit te breiden. 
Bij het voorstel van B&H uit 2008, de zogenaamde S-bocht, wordt deze route binnen de kustlijn verlengd, met de westelijke Oosterschelde als monding.  Er zijn meerdere varianten en combinaties mogelijk. 

Grote zeegaten hebben een aanzuigende en uitschurende werking. 
Oppervlakteverkleining hiervan is haalbaar door de bekkens deels in te richten als zoetwatervoorraad. Zo wordt het toekomstig stroomgebied smaller en wordt eroderende zeegatwerking voorkomen.  

Een nationale noodberging voor rivierwater kan samengesteld worden met de zoete bekkens en de riviermondingen. Deze berging is eventueel uit te breiden met een bekkenberging in zee. Nadere invulling van estuarium en bekkens met levende organismen kunnen we met een gerust hart aan de natuur overlaten.